Episode 20: De Indringer

de indringer

14 juli 2010

Jakkes, jakkes, jakkes! Bah, bah, bah! Wat een ellende, wat een ellende!

Ze hebben enige dagen geleden een nieuwe kat in huis gehaald. Er kwam een vrouw binnen met een kattenreismand waarin een klein, zwart katje zat. Ik dacht nog: die gaat zo weer weg, want die hoort hier niet. Ja, die vrouw ging wel, en die mand ook, maar die kat bleef! Zomaar, zonder te vragen of ik dit wel goed vond!

Nou, ik laat ze dus merken dat ik het er helemaal niet mee eens ben. Zodra het beest in mijn buurt komt grom ik. In de buurt wil dus zeggen: in dezelfde kamer als ik. Dus ik grom nogal eens, hetgeen aanleiding is voor de familie om mij Grommy te gaan noemen. Wat ik weer als een belediging ervaar. Als het beest dan nog niet luistert, blaas ik hard. Dan blijft hij wel op afstand.

Hij wist natuurlijk direct de etensbakken weer te vinden, ook de mijne. Nou, daar heb ik hem even vanaf geholpen. Maar ik ben nu zo beledigd, dat ik niet meer in de keuken wil eten. Net als Coco krijg ik nu een speciale behandeling: eten op het terras.

Hij ligt ook in mijn mand. Let wel, MIJN mand! Uit recalcitrantie ga ik nu telkens naar boven, op het grote vloerkussen liggen. En daar ligt hij af en toe ook al op! En hij doet pogingen om de vier sierknopen die in het kussen zitten er uit te krijgen. Het is echt om gek van te worden. Of ik jaloers ben? Jaloers?! IK? Ik ben katjaloers!

Waarom moeten ze nu zo nodig een kat er bij? Ja, ze hadden het volgende excuus bedacht: het is zo zielig, zo’n thuisloos katje en we hebben vroeger ook altijd drie katten gehad en dat ging uitstekend. Drie katten? Nou, dat was dan ver voor mijn tijd. Ik heb het er niet op. Straks kan de Pommeraie omgedoopt worden tot de Chatteraie! Ik ben tegen! Tegen! Tegen! En ik zal het iedereen laten merken! Grom-grom! Blaassssssssss!

"In vroegere tijden werden katten aanbeden als goden. Ze zijn dit nooit vergeten" - Terry Pratchett