Episode 17: Bange Coco

30 mei 2010

pommy

We hebben ineens nieuw personeel. De bekende verzorgers zijn er gisteren vandoor gegaan naar een of ander eiland, iets korzeligs, ik weet niet precies hoe of wat, (Corsica, red.) maar ze hebben in ieder geval voor vervangend personeel gezorgd.

Dit hebben ze waarschijnlijk goed geïnstrueerd, want Coco en ik worden wat de maaltijden betreft gescheiden gehouden. Coco zit overigens de hele dag onder het bed, want die is bang voor deze mensen. Ik niet. Ik kijk even een dag de mens uit de boom en dan weet ik wel wat voor vlees ik in de kuip heb. Ze zijn reuze aardig en lief voor mij en ik heb Coco al gezegd dat hij niets te vrezen heeft. Niet dat dat wat uitmaakt, overigens, want Coco is een bangerd. Het vrouwtje noemt hem “hoog sensibel”, alsof het een bijzondere gave is, zoals hoogbegaafd. Ik noem hem gewoon een schijtlaars, excusez le mot. Wanneer er een nieuwe mat voor de deur ligt met een grote rode lieveheerbeest in de hoek als dessin , durft hij niet over het dessin heen te lopen. Uiteindelijk, héél voorzichtig, gaat hij er zeer omzichtig langs, zit er naderhand nog een tijd op afstand naar te staren, gaat er dan nog voorzichtiger weer naar toe om er aan te ruiken en dan duurt het nog een dag of wat voordat hij er gewoon overheen stapt. Als er iemand langs het huis loopt – en dat gebeurt nogal eens hier omdat er een wegje langs ligt – krimpt hij in elkaar of vliegt naar binnen. Hij is bang als iemand hard praat. Als iemand niest. Als er een vliegtuig overkomt. Als er een auto langsrijdt. Als er bezoek komt. Als er meubels niet staan waar ze normaal staan. Als er iets nieuws in huis staat. Als er iets ligt op een plek waar normaal niets ligt. En dus ook voor nieuw personeel.

En hij weet niet wat hij mist, want ze zijn nog aardiger dan de bekende verzorgers: ze geven mij allemaal lekkere kleine hapjes van hun eigen eten als ze aan tafel zitten: ham, zalm, kaas, biefstuk, zeewolf, karbonade. Van mij mogen ze nog even blijven.

"In vroegere tijden werden katten aanbeden als goden. Ze zijn dit nooit vergeten" - Terry Pratchett